L' Oiseau En Cage Revera des Nuages


Erg lang min één

Wij zijn bang
Ik ben bang
Soms
Soms bang voor het naar huis gaan
zonder zoenen
voor het naar huis gaan
zonder weten
zonder voelen, zonder lief
voor het altijd naar huis gaan
zonder jou
voor het gemis
zonder warmte in mijn bed
zonder kloppen van een hart
met koude handen en koude voeten
wij zijn bang
dat er thuis niks meer zal zijn
dan enkel een huis.



Wat ik zou willen dat ge voelde bij ons afscheid

Gij lief mens, zegt ze en ze klopt het verdriet met hopen uit haar jas. Gij schoon mens. Haar ogen kijken uitgelopen zoals de schmink op haar gezicht. Ze is mooi als ze huilt. Niet veel mensen, maar zij wel. En als ze naar me toe komt en haar handen om me heen slaat met haar haren kriebel in mijn gezicht, ruik ik de zee. Een zoute zee vol tranen. Een zee vol verdriet dat ze een klein beetje, hier bij mij, in mijn hart en in mijn handen en in het gemis van haar warmte achterlaat.

ps. Ik laat u los.

Voor het vergeten, omdat we daar nooit goed in zullen zijn.

Voor haar, omdat ze een mooi schoon mens is. en echt. en ze minstens evenveel de ‘ze’ hier kon zijn.



As save as we can be

ik hou u dicht
liefst liefste
ik hou u het veiligst
Zo veilig als we kunnen zijn
Zo
In elkaar van elkaar
als één
massa
een hoop vlees
vergankelijk
zacht en week
wij kloppen en ademen
warmte voor elkaar
door elkaar en
we vergeten
straks ook nog
te stoppen
ik hou u dicht
Liefst liefste
veilig
zo veilig als we kunnen zijn
zo van elkaar.

 



Zout ge willen

‘Zout ge willen oud worden met mij?’ Ik glimlach en hij trekt zijn mondhoeken wat naar beneden en houdt zijn hoofd schuin. Hij wil zeggen of schreeuwen ‘nee’ of ‘laten we daar nog niet aan denken’ of beter: ‘daar had ik nog nooit aan gedacht’. Oud worden is niets voor hem en soms ook niets voor mij, al tekent de tijd nog niks op onze gezichten af. Hij wacht, blaast de rook uit zijn mond in wolkjes weg en ik teken vraagtekens met mijn ogen in de lucht. ‘Niet oud worden,’ zegt hij met lichtjes in zijn ogen ‘wij blijven Forever Young, hé baby’.



Naar de titel van een kinderboek

Het gaat vaak niet over waar je bent geweest, over hoelang of over wie meeging. Het gaat vaker over hoe diep mensen kunnen duwen in het vlees rondom. Over wat zij betekenden en hoe dat zal rijpen. Het gaat over wie de mensen zijn en welk deel van je hart zij meedragen, welke herinneringen zij voor altijd zullen hebben. Het gaat over wat voor altijd is.

Zij was er vaker niet dan wel en over tijd kunnen we niet schrijven. Tijd laat zich moeilijk vangen in woorden. Net als zij. Zij, samen, noemden de liefde naar de titel van een kinderboek. Een zin met een punt daarachter. Alsof het een kinderspel was, een instinct, een reflex als ademen. Voor alle geliefden die na hem kwamen, zou het altijd een geheim blijven. Het was meer als een begin, zelfs als zij eindigden, begonnen zij opnieuw. Het was als telkens de liefde laten geboren worden. Zij koesterden samen, want dat konden ze.

Hij kon liefhebben als een vaart, zonder stoppen. Zij werd er bang van, soms, bij tijden als het warm genoeg was om ander vlees te zoeken. Liefhebben was zijn ademen. Hij was de liefde zelf, maar het maakte van haar een puinhoop dat ze al te vaak wilde vluchten. Hij vervulde haar wensen, hij was alles wat zij wilde en alles wat zij ooit zou nodig hebben, hij was teveel om van te houden. Zij waren te mooi om te blijven bestaan.

Zij huilde soms als het donkerde en hij vertelde dan aan haar tranen dat liefde soms pijn doet, opdat men nooit zou vergeten wat echt is. Hij vulde haar dromen in en waakte zacht over haar als ze sliep. Zij luisterde naar zijn slaap en kon dan in zijn dromen loeren.

Er dansten lichtjes in zijn ogen als hij naar haar keek. Zij was zijn stukje hemel – als dat bestaat. Zij was zijn lief van hier tot aan de wolken, van hier tot aan de zon en terug. Het wachten en verlangen drukte op haar gemoed, zij was slecht met wachten en slecht met wensen. Ze wenste hem altijd dichtbij, voor altijd.

Zij was hard als het moest, als ze het bonzen van haar hart opzij zette voor het verstand dat krampachtig zijn wil probeerde door te drijven. Hij was daarentegen zacht en zoet, zijn hart week. Zijn zoenen werder liever naarmate de jaren versleten en haar vingers zacht uit zijn krullen begonnen te vallen. Hij hield haar voor zichzelf, of probeerde dat toch. Hij was in de ban van haar, zelfs als ze sliep. Hij kon uren naar het bonzen van haar lippen of het zacht deinen van haar ademen kijken. Ze was nooit echt van hem, al had ze hem haar woord gegeven. Hij was de vogel voor zijn kat. Hij was altijd een beetje verloren.

Zijn kat was haar lieveling, hij spinde, vleide en wreef zijn haren glad aan haar jurkjes. Zij dansten op een briesje, een zomerzoen, een zonnige namiddag in het gras. En als de zon te ver weg was en ze er weemoedig van werd, nam ze de topjes van haar haren en schilderde de hemel blauw en de wolken wollig op zijn buik. Hij sloot dan zijn ogen, zag de zon en voelde haar warmte strelen. Zij droomde van witte stranden, warme rotsen waar de zee zacht tegen aan klotst. Van weinig kleren, van voeten in heet zand, van schelpen zoeken, van veel zoenen op lippen uit de zee.

Zij wisten dat zij voor elkaar leefden, ook al duurden zij niet voor altijd. En dat was hoe het moest zijn, lijkt het. Zo, eindig. Want er zijn dingen die niet meer dan normaal waren. Zoals het meisje dat vrouw werd en de jongen steeds meer man en dat zij stilaan uit hun kleren groeiden, maar ook uit hun liefde. Zij stapten uit hun kinderschoenen en legden het goddelijke naast zich neer op zoek naar wat minder perfectie, naar die ene die niet helemaal was wat men wou.



Take me far



Brieven 5

Lief

Leven is ademhalen, is liefhebben en vasthouden. Het is doorgaan en durven stilstaan, het is hartelijk kunnen lachen en schuilen bij intens verdriet. Het is zacht lopen op kousenvoeten om het schone niet wakker te maken en het is een stevig tred om beslissingen te nemen. Leven is bloed dat stroomt, een lijf dat ademt en geurt en een hart dat bonst. Leven is durven springen.

Laten we nog niet denken aan het splitsen. Laten we niet denken aan het scheiden. Aan hoe we elkaar zouden herinneren, want een gevoel herinneren we vast niet lang, het zijn de daden die langer blijven bestaan. Maar als je het zou willen weten; ik bewaar alleen mooie dingen. Ik ben verzamelaar. Laten we niet praten over doodgaan en verliezen, ik ben een slechte verliezer en vooral erg bang. En laten we niet praten over wat we nog niet weten, want onzekerheid werkt op mijn gemoed.

Wij zijn als het beste van elk van ons. Liefde duurt langer dan wij denken. Wij duren nog veel langer want wij zijn beter samen dan alleen. Leven is durven springen en ik spring graag met jou.

Mijn liefs

Vogel, de uwe