L' Oiseau En Cage Revera des Nuages


Erg lang min één

Wij zijn bang
Ik ben bang
Soms
Soms bang voor het naar huis gaan
zonder zoenen
voor het naar huis gaan
zonder weten
zonder voelen, zonder lief
voor het altijd naar huis gaan
zonder jou
voor het gemis
zonder warmte in mijn bed
zonder kloppen van een hart
met koude handen en koude voeten
wij zijn bang
dat er thuis niks meer zal zijn
dan enkel een huis.

Advertenties


Zout ge willen

‘Zout ge willen oud worden met mij?’ Ik glimlach en hij trekt zijn mondhoeken wat naar beneden en houdt zijn hoofd schuin. Hij wil zeggen of schreeuwen ‘nee’ of ‘laten we daar nog niet aan denken’ of beter: ‘daar had ik nog nooit aan gedacht’. Oud worden is niets voor hem en soms ook niets voor mij, al tekent de tijd nog niks op onze gezichten af. Hij wacht, blaast de rook uit zijn mond in wolkjes weg en ik teken vraagtekens met mijn ogen in de lucht. ‘Niet oud worden,’ zegt hij met lichtjes in zijn ogen ‘wij blijven Forever Young, hé baby’.



+

Ze miste zijn schouder om op te huilen, het deinen van zijn naakte slaap, het krullen van zijn haren, de liefde tussen hen in… ze geloofde niet in afscheid nemen, er is alleen een nieuw begin.



Misschien

Misschien waren wij, en zullen wij nog erg lang zijn, een verhaal in een paar hoofden, net genoeg om voor altijd te bestaan…

het danst in mijn hoofd.



En Cage
11/04/2011, 14:29
Filed under: gedacht, geschreven, leven | Tags: , , ,

aan een Onbekende.

Het waren vast als de tralie aan onze kooi, die herinneringen. Het waren de dingen die ons vasthielden op dezelfde plaats en die ons in hetzelfde bed lieten slapen. Soms lieten ze vergeten dat wij niet dezelfde waren, of toen wel en nu niet meer, daar twijfel ik nog over.

Er waren ook die dingen die wij zeiden maar die nooit gebeurd waren. Ze waren vlijmscherp soms, als het mes op de keel van de liefde die wij van ons af hadden geschreven. Wij bouwden een andere wereld van onze vroeger, om elkaar gemakkelijker te kunnen vergeten. Om ook gemakkelijker de weg terug te verliezen.

Wij bouwden muren, wallen en groeven grachten als oceanen tussen ons in. Wij vergaten van elkaar dat we nog leefden en duwden mensen van ons weg of bonden ze aan onze benen.  Maar jij lijkt te zijn vergeten dat zij zo nu en dan zacht vertellen hoe diep de gracht en hoe hoog jouw muren geworden zijn. Soms schrik ik er van en vertel ik de nacht dat tijd soms verlies is.

Het geeft allang niet meer dat jij de tijd bent vergeten. Achteraf gezien is hij ook nooit blijven stilstaan, al had ik dat bij tijden erg graag gewild. Ik onthoud alleen de mooie dingen, ik ben verzamelaar.

Groet

Vogel

ook voor jou een onbekende



De brieven V

Ik wou dat je niet in mijn dromen kwam.
Zelfs niet voor even en zelfs niet als de postman,
of een vreemde met een ander verleden.
Mijn dromen waren jou allang vergeten.
Of dat hadden ze gemoeten.



Voor een afscheid dat niet het mijne is.

De laatste zeven stenen van een thuis liggen te staren en fluisteren zachtjes de namen van zij die hier laatst waren. De paden door de tuin zijn allang bedekt met sneeuw en verbergen de smart van een hof dat ooit zomerliefdes kende.
Ooit dansten de gordijnen in de zomer op het briesje dat door de open ramen naar binnen drong maar sloten in de winter. Voorgoed, bleek dan.
Zij had het licht laten branden voor de mooie momenten, zodat hij kon zien wat hij zich moest herinneren.
Zijn lichaam bonst en geurt, ademt door spleten, kreunt en kronkelt en onder elk van zijn tenen lagen hier ooit de stenen van zijn paradijs.
Hij slaapt allang niet meer in het bed die er staat, maar fluistert soms zacht haar naam en hoopt dat de wind hem een handje helpt.
Al wat bleef zijn kamers gevuld met dromen en herinneringen als behang aan de muur, met hier en daar vlekken waar de tranen vloeiden, en barsten waar de weemoed zong.
Zijn gemis rook naar vallen en weer opstaan, naar snot en slijm en bij tijden naar de kiem van een ongeboren kind dat de schoot wordt uitgeworpen, als een liefde die vergeten wordt.
Maar zij als de zijne was – in de kus in haar hand, in de lucht op zijn wang – al lang gestorven.

Voor een afscheid dat niet het mijne is.
Omdat afscheid niet bestaat.

Foto: Nelly Valkova