L' Oiseau En Cage Revera des Nuages


Van alle dingen het meest

Soms zit ik op een trein, naar buiten te staren. Tussen mensen die ik niet ken, mensen met een ander leven, een eigen ander verhaal. Soms lig in een zetel tussen kussens of zit aan een bureau met een hoop papier. Soms ben ik bij vrienden, op een feest misschien. Wij lachen en drinken wijn. Er is eten voorzien, een haard brandt. Er zijn andere liefjes, maar jij niet. Soms gebeurt het als ik nog een beetje nasoes als jij de deur bent uitgegaan om te werken. Dan heb ik je nog vaarwel gezoend, lach ik als je zegt dat ‘de mannen moeten werken en de vrouwen nog even slapen gaan zo vroeg in de morgen’. Soms gebeurt het als ik berichtjes stuur en jij niet antwoordt. Soms gebeurt het voor mijn ogen, vertraagd, als in een droom. Soms gebeurt het in een droom en soms gebeurt het zelfs als jij nog naast me ligt. Soms is het avond en is het leuk geweest, soms ben ik er ook als het gebeurt.

Dan staat de tijd stil. Val ik in duigen, val ik in spatten uiteen. Soms tril en ril ik, soms zijn er geen tranen en soms geloof ik het niet. Soms schreeuw ik en ben ik boos, soms loop ik weg en kom terug. Soms lig ik dagen in bed, maanden, jaren. Soms denk ik wat jij zou willen en soms ben ik bang als ik daaraan denk. Soms ben ik verloren om nooit meer terug te vinden. Jij maakt mij zo hulpeloos. Soms ben ik angstig en vreet het verdriet.

Soms ben ik bang van het verliezen en verloren gaan.
Van alle dingen het meest jou.
Van alle dingen het meest bang.



+

Ze miste zijn schouder om op te huilen, het deinen van zijn naakte slaap, het krullen van zijn haren, de liefde tussen hen in… ze geloofde niet in afscheid nemen, er is alleen een nieuw begin.



Misschien

Misschien waren wij, en zullen wij nog erg lang zijn, een verhaal in een paar hoofden, net genoeg om voor altijd te bestaan…

het danst in mijn hoofd.



De brieven V

Ik wou dat je niet in mijn dromen kwam.
Zelfs niet voor even en zelfs niet als de postman,
of een vreemde met een ander verleden.
Mijn dromen waren jou allang vergeten.
Of dat hadden ze gemoeten.



zachtjes

“(her)beginnen is het moeilijkst, op eindigen en vergeten na.”

Maar ik hou van jou
zachtjes
nog en nog en nog




Ik ben uw huis

Ik ben een huis, kom in mij wonen
Ik zal zacht voor u zijn
als het dons van iets
wat nog niet lang bestaat

ik bouw een bed
met mijn geheimen en
leen u mijn hoofd
voor wat ge niet verstaat

Kom in mij wonen
Ik zal u warmen en
Gij moogt leven van
de tranen die ik laat

Ik ben een huis
groot en sterk
en klein en warm
alleen als gij dat wilt.

Ik zal
uw thuis zijn
kom in mij wonen
of ten minste
bij mij…

als ge wilt.



Aan de doden uit mijn slaap

Aan de doden uit mijn slaap
Zei ik dat de tijd ons nog zou redden
Dat ik slaap, dat ik graag
Nog even slaap, zonder sterven
Aan mij
Zei zij dat alleen de tijd ons nog redden zou
Maar ik hou van jou, ik hou
De doden uit mijn slaap.