L' Oiseau En Cage Revera des Nuages


Wat ik zou willen dat ge voelde bij ons afscheid

Gij lief mens, zegt ze en ze klopt het verdriet met hopen uit haar jas. Gij schoon mens. Haar ogen kijken uitgelopen zoals de schmink op haar gezicht. Ze is mooi als ze huilt. Niet veel mensen, maar zij wel. En als ze naar me toe komt en haar handen om me heen slaat met haar haren kriebel in mijn gezicht, ruik ik de zee. Een zoute zee vol tranen. Een zee vol verdriet dat ze een klein beetje, hier bij mij, in mijn hart en in mijn handen en in het gemis van haar warmte achterlaat.

ps. Ik laat u los.

Voor het vergeten, omdat we daar nooit goed in zullen zijn.

Voor haar, omdat ze een mooi schoon mens is. en echt. en ze minstens evenveel de ‘ze’ hier kon zijn.

Advertenties


Er zit storing op mijn hart

Er zit storing op mijn hart
en ruis in mijn oren
ik moet dringend naar de zee
huilen.



Gij kunt nog voor iemand leven

Lief

“Ge zijt een kind van uitersten,” zei ze. “Als ge kiest, springt
ge. Gij gooit u in een nieuw verhaal, gij kunt voor iemand leven.”

De kern van wat ze zei was wat mij het meeste raakte. Ik was
voor hem een stukje hemel geweest, of dat gevoel had hij mij gegeven. Van het
begin tot het eind en zelfs nog een stukje daarna. Dat zelfs als wij niet samen
waren, de wereld mocht weten dat hij van mij hield. Zijn ogen blonken en mijn
buik deed pijn van verlangens als hij naar me toe kwam. Hij sliep met mij in,
hij leefde van mij en ik van hem. Ze zegt dat het niets met hem te maken heeft,
dat vroeger. Het is een gevoel waar geen woorden voor zijn, dat niet met de
ratio te vatten is. Het land waar wolken geboren worden, zo noem ik het. Als
in: ‘Je moet er geweest zijn, om te weten hoe schoon het er is.’

Er waren dingen die ik nu nooit zal begrijpen. Hoe ik in jouw
aanwezigheid plots dingen niet meer goed kan en zo afhankelijk word. Nu meer
dan ooit. Dat ik je bijna niet raak, dat ik ga vervelen, soms. En boven alles,
dat jij – in dit leven – mij minst nodig hebt. Ook al hebben wij mensen nodig,
om graag te zien, het lijkt niet sterk genoeg. Het is een liefde die niet nog
eeuwen lijkt te duren.

Het lag in het begin al vast, dat ik nooit jouw wereld zou
zijn. En als ik vraag om harder van me te gaan houden tot het pijn doet, weet
je niet waarover ik het heb. Ik wil anders zijn, ik wil geen keuze zijn maar
een gevoel. Ik wil dat je mij de jouwe noemt, dat ik de jouwe ben – ook al zijn
wij nooit helemaal en onvoorwaardelijk van elkaar. Ik spring als ik kies. Ik
heb lief tot het pijn doet en ik weet dat het soms erg lastig is.

Ik weet al lang dat ik jouw hemel niet ben. Als dat nu niet
zo is, dan is dat straks helemaal niet zo, zegt ze, want liefde slijt een
beetje dus moet je marge hebben. En marge hebben wij niet, ik zie het aan hoe je
het lastig vindt handen vast te houden bij het wandelen, of kusjes te geven als
de wereld het kan zien. Hoe je in je rationaliteit de schoonheid soms vergeet
of de waarde van ons. En hoe verloren dat ik soms ben, dat ik jou zo nodig heb.

Ik ben warm met koude handen. Jij bent warm met muren om je
heen. Ik hou van jou, meer dan ik zou kunnen zeggen, maar ik heb meer nodig dan
dit. Ik geloof dat ik een meisje van gemis ben en van uitersten.

Ik gooi mij in uw armen, zei ze.

Ik kan voor iemand leven.

Mijn Allerliefs



+

Ze miste zijn schouder om op te huilen, het deinen van zijn naakte slaap, het krullen van zijn haren, de liefde tussen hen in… ze geloofde niet in afscheid nemen, er is alleen een nieuw begin.



De brieven V

Ik wou dat je niet in mijn dromen kwam.
Zelfs niet voor even en zelfs niet als de postman,
of een vreemde met een ander verleden.
Mijn dromen waren jou allang vergeten.
Of dat hadden ze gemoeten.



Je bent de zachtheid der dingen

Ik ben uw honger en uw verlangen
ik ben de zucht van uw zinnen
ik heb de lippen om aan te hangen
ik ben het naakt om te beminnen

jij bent het pad van mijn verlangen
je bent meer man dan ik al vond
je bent het gemis dat blijft hangen
wanneer alleen de avond komt

jij bent de zachtheid der dingen



Brieven 1

Liefste

U lijkt verloren tussen wat toen en nu is. Het lijkt bitter en zuur, het doet vast pijn. Je praat te hard en kort, zinnen zouden zinnelijk moeten zijn. Je bent vergeten wat tranen laten is, u mag. Ik zal ze voor u opvangen en wachten tot ze parelen zijn. Ik zal leren wat troosten is, ik zal tonen wat liefde is. U bent het vergeten en ik loop over. Ik zal u tijd geven dat zacht tikt als regen op een raam bij een avond die valt. Ik zal u nieuwe kleren geven met mijn warmte en nieuw bed voor verse liefde. Liefste.

Je kijkt alsof je hard bent en week vanbinnen. Verteerd en gebruikt. Je kijkt zo dat je wel met mij zal moeten vrijen. Ik zal u tonen wat zacht is zodat je het niet meer vergeet. Als het moet dan doe ik het over, steeds weer. U zal van mij gaan houden, omdat het eigenlijk niet moeilijk is.

Mijn liefs

Uw Vogel.