Hier is het ook al lang stil. Ik vraag me soms af waar je bent, waarom je zo plots bent verdwenen. Soms, want niet genoeg om je te missen. De liefde hangt nog in de kamer, zegt ze. Ik zie het niet, ik voel het niet. Ik denk dat je ook op zoek bent naar wat je bent verloren, zoals ik het mijne hier soms kom zoeken.
Ik hoop dat alles goed met je gaat. Of misschien niet alles, maar ten minste iets. En dat je dat deel van jezelf terugvind, want helemaal ben je beter. Ik hoop je snel te horen, snel te zien en jouw handen wilden altijd voelen, dus tot erg snel, misschien.
“Gij zijt hier al lang niet meer geweest,” zegt ze en trekt de stoel een beetje van bij de tafel weg. “Ga zitten en vertel verder. Vertel over hoe u leven aan u voorbijvliegt. Vertel van waar het de vorige keer eindigde, het verhaal. Het gaat snel hé? Ge weet dat ik graag naar u luister, dat ik het wil weten.”
“Ge zijt hier al lang niet meer geweest, kind.” Ze zucht en gaat zelf zitten. “Vertel es over hoe dat nu gaat, in het leven, wat doet gij nu zoal? Of zijn dat geen leuke dingen om te vertellen? Hebt ge een lief om van te houden en woont ge nu al alleen? Hebt ge het niet te druk met leven?”
Vertel maar… of zet u tenminste en drinkt koffie, eet taart.
Zijt hier. Blijft nog efkes.
Liefste
Er kunnen dagen gevuld, lange uren, dagen, maanden en hele jaren, decennia lang en misschien nog wel wat langer, gevuld met schrijven en lezen van liefdesbrieven over de tijd die we verliezen, over ons liefhebben, over wat zal zijn of zou zijn. Er valt zoveel te zeggen, te schrijven en toch ook niks. Tijd hebben we nu al te kort met en voor elkaar. Wanneer is tijd ooit genoeg. Waarom dan schrijven en teveel zoeken naar de woorden die nooit gevonden kunnen worden. Die niet eens bestaan. Letters ontgoochelen zo vaak.
Wij begonnen met niks, alleen een onuitgesproken leegte tussen ons in. Wij waren toen als een sprong in de duisternis, een stap op één nacht ijs. Wij zijn niet eens ‘al’ wij, wij zijn niet van ons, want wat is ‘ons’ behalve drie abstracte vormen als klanken op een wit blad. Gij zijt nooit van mij tot ge zelf de mijne wilt zijn en omgekeerd. Ge moogt trouwens kiezen wanneer ge de mijne wordt, maar stel liefst niet te lang uit, ik kan niet goed wachten.
Er zijn verhalen over mijn vroeger. Over eerste stapjes en boterhammen met choco in een tas koffie. Er zijn verhalen over wat misging, maar dat zie je zo, aan littekens en builen, aan kleine kantjes en gevoelige grenzen die we steeds, opnieuw, verleggen. Tot ze zacht en vergeten zijn. Er zijn dingen te vertellen, over wat toen gelukkig maakte, maar toen is toen en nu maakt gij mij gelukkig. Er is tijd te verliezen aan verhalen die we ooit, als de tijd er is, één voor één raken en zullen vertellen. Er komt een tijd, als gij de mijne zijt – ooit – dat we vergeten dat we ooit begonnen met een leegte die alleen maar gevuld kon worden.
Als ik dan toch liefdesbrieven schreef, lief, schreef ik vast dat ik nu al de uwe ben. Dat heb ik zo gekozen. Zacht om van te houden, lief en hard als het moet. Ik schreef dat ik dan soms een beetje doe alsof ik uw held ben, gewoon om te vergeten dat gij de enige echte zijt. En dat ge alles zijt wat ik nodig heb, maar dat ik dat alleen fluister. En dat ik graag slaap in je armen en warm word als je lacht, dat schreef ik er vast ook nog bij. En daarna met keurig uitgekozen en nog steeds ontgoochelende woorden op vergankelijke bladen dat tijd nooit genoeg is en nooit zal zijn.
Maar wij verzamelen samen onze tijd en schrijven geen lange liefdesbrieven,
wij schrijven hoogstens post-its. Gij maakt mij blij.
Mijn allerliefs
De uwe, nu al
Dan nog steeds.
Gearchiveerd onder: Uncategorized
Ge zijt verborgen in het zacht zuchten van mijn verlangen
In de warmte van een omhelzing,
in het wolkje van het ademen in koude lucht
ge weert de tranen uit mijn ogen en
laat de bladeren sterven voor veel sneeuw straks
Gij geeft licht
En weet de weg naar het onbekende
Ge zijt een klein wonder en een held als dat moet.
Gearchiveerd onder: Uncategorized
Wij gaan dood omdat doodgaan ook leven is. Ik had voor jou graag het eeuwig leven gespaard, of toch langer dan nu. Ik had graag gewild dat jij mij overleefde, dat ik gespaard bleef van mijn verdriet. Wij zijn allemaal bang om te verliezen, altijd en het meest. Zelf verloren gaan gaat eenvoudiger, denk ik. Het is de band tussen ons in, dat zonlicht, dat ik koester. Gij zijt nog steeds een held en ik besef nog steeds niet helemaal dat ge zo breekbaar zijt. Dat ge daar zo ligt. Dat ge zo zacht ademt en zo stil zijt. Dat gij, net zoals ik, van vlees en bloed zijt. Ik ontken het.
Gearchiveerd onder: Uncategorized
L’Oiseau en Cage was te gast in Deventer op 22 oktober. Ze las stukjes voor uit ‘Iets over Liefde, denk ik’ en had het genoegen kennis te maken met Margot Sping Vlo, Patricia Jimmink, Jan van Kessel, Nico Joosting Bunk, de Wandelaar en andere (nieuwe) facebookvrienden. Ze was daar graag en bedankt bij deze de organisatoren Jan van Kessel en Nico Joosting Bunk (ArtNik uitgaven) en haar lief die haar zo ver bracht.

Gearchiveerd onder: gedacht, leven | Tags: Geleefd, Het is de Liefde, L'Oiseau en co, leven, Tijd, uw beetje dood, Voor Hem, Zoenen
‘Zout ge willen oud worden met mij?’ Ik glimlach en hij trekt zijn mondhoeken wat naar beneden en houdt zijn hoofd schuin. Hij wil zeggen of schreeuwen ’nee’ of ‘laten we daar nog niet aan denken’ of beter: ’daar had ik nog nooit aan gedacht’. Oud worden is niets voor hem en soms ook niets voor mij, al tekent de tijd nog niks op onze gezichten af. Hij wacht, blaast de rook uit zijn mond in wolkjes weg en ik teken vraagtekens met mijn ogen in de lucht. ‘Niet oud worden,’ zegt hij met lichtjes in zijn ogen ’wij blijven Forever Young, hé baby’.
Gearchiveerd onder: Uncategorized
Er zijn vingers die elke dag naar het ongrijpbare reiken. Er zijn lippen maar geen woorden, dat wat we denken maar een leeg blad. Er zijn dingen die we horen maar niet vatten, en zien maar toch onzichtbaar zijn. Er is een taal die wij kennen maar niet begrijpen. Er is een gat waar wij stoppen met denken, een gat voor het verlies van wat had kunnen zijn. Het beginnen is het moeilijkst, op eindigen en vergeten na.
Gearchiveerd onder: Uncategorized
L’Oiseau En Cage heeft haar blogposts/tekstjes van het voorbije jaar gebundeld in een boek(je) ‘Iets over Liefde, Denk ik’. En heruitgegeven onder haar eigen meisjesnaam en met een nieuwe cover.
Het is verkrijgbaar via Unibook of via L’Oiseau zelf.
Gearchiveerd onder: geschreven, leven, Liefde | Tags: Het is de Liefde, in een kooitje, in mijn bed, Uw een, Vlezig Huis, Voor Hem, voor het vergeten, Zoenen
Het gaat vaak niet over waar je bent geweest, over hoelang of over wie meeging. Het gaat vaker over hoe diep mensen kunnen duwen in het vlees rondom. Over wat zij betekenden en hoe dat zal rijpen. Het gaat over wie de mensen zijn en welk deel van je hart zij meedragen, welke herinneringen zij voor altijd zullen hebben. Het gaat over wat voor altijd is.
Zij was er vaker niet dan wel en over tijd kunnen we niet schrijven. Tijd laat zich moeilijk vangen in woorden. Net als zij. Zij, samen, noemden de liefde naar de titel van een kinderboek. Een zin met een punt daarachter. Alsof het een kinderspel was, een instinct, een reflex als ademen. Voor alle geliefden die na hem kwamen, zou het altijd een geheim blijven. Het was meer als een begin, zelfs als zij eindigden, begonnen zij opnieuw. Het was als telkens de liefde laten geboren worden. Zij koesterden samen, want dat konden ze.
Hij kon liefhebben als een vaart, zonder stoppen. Zij werd er bang van, soms, bij tijden als het warm genoeg was om ander vlees te zoeken. Liefhebben was zijn ademen. Hij was de liefde zelf, maar het maakte van haar een puinhoop dat ze al te vaak wilde vluchten. Hij vervulde haar wensen, hij was alles wat zij wilde en alles wat zij ooit zou nodig hebben, hij was teveel om van te houden. Zij waren te mooi om te blijven bestaan.
Zij huilde soms als het donkerde en hij vertelde dan aan haar tranen dat liefde soms pijn doet, opdat men nooit zou vergeten wat echt is. Hij vulde haar dromen in en waakte zacht over haar als ze sliep. Zij luisterde naar zijn slaap en kon dan in zijn dromen loeren.
Er dansten lichtjes in zijn ogen als hij naar haar keek. Zij was zijn stukje hemel – als dat bestaat. Zij was zijn lief van hier tot aan de wolken, van hier tot aan de zon en terug. Het wachten en verlangen drukte op haar gemoed, zij was slecht met wachten en slecht met wensen. Ze wenste hem altijd dichtbij, voor altijd.
Zij was hard als het moest, als ze het bonzen van haar hart opzij zette voor het verstand dat krampachtig zijn wil probeerde door te drijven. Hij was daarentegen zacht en zoet, zijn hart week. Zijn zoenen werder liever naarmate de jaren versleten en haar vingers zacht uit zijn krullen begonnen te vallen. Hij hield haar voor zichzelf, of probeerde dat toch. Hij was in de ban van haar, zelfs als ze sliep. Hij kon uren naar het bonzen van haar lippen of het zacht deinen van haar ademen kijken. Ze was nooit echt van hem, al had ze hem haar woord gegeven. Hij was de vogel voor zijn kat. Hij was altijd een beetje verloren.
Zijn kat was haar lieveling, hij spinde, vleide en wreef zijn haren glad aan haar jurkjes. Zij dansten op een briesje, een zomerzoen, een zonnige namiddag in het gras. En als de zon te ver weg was en ze er weemoedig van werd, nam ze de topjes van haar haren en schilderde de hemel blauw en de wolken wollig op zijn buik. Hij sloot dan zijn ogen, zag de zon en voelde haar warmte strelen. Zij droomde van witte stranden, warme rotsen waar de zee zacht tegen aan klotst. Van weinig kleren, van voeten in heet zand, van schelpen zoeken, van veel zoenen op lippen uit de zee.
Zij wisten dat zij voor elkaar leefden, ook al duurden zij niet voor altijd. En dat was hoe het moest zijn, lijkt het. Zo, eindig. Want er zijn dingen die niet meer dan normaal waren. Zoals het meisje dat vrouw werd en de jongen steeds meer man en dat zij stilaan uit hun kleren groeiden, maar ook uit hun liefde. Zij stapten uit hun kinderschoenen en legden het goddelijke naast zich neer op zoek naar wat minder perfectie, naar die ene die niet helemaal was wat men wou.